Zwerfvuilvrijwilligers


In nagenoeg elke gemeente of stad zijn vrijwilligers aan de slag met het opruimen van zwerfvuil. Ze worden bermmeesters, zwerfvuilpeters en -meters, glasbolwatchers of propere pioniers genoemd. De naam verschilt, maar hun inzet is overal dezelfde: een signaal geven dat wonen in een propere omgeving zoveel aangenamer is!

Vrijwilligers die zwerfvuil ruimen verdienen respect!

-

-

Waarom vrijwilligers nodig?

De IVM-regio omvat veelal kleinere tot middelgrote gemeenten en steden die de dienstverlening inzake 'openbare reinheid' moeten uitvoeren met een eerder beperkt budget en middelen in vergelijking met grootsteden. Daarenboven gaat het in veel gevallen over (zeer) landelijke gemeenten met daarbij horend vele kilometers wegen, toeristische fietspaden, trage wegen en bermen. Dit zorgt er voor dat de inzet van het technisch personeel om deze bermen en hotspots zwerfvuilvrij te houden niet steeds en overal gebiedsdekkend kan zijn. De inzet van de vele vrijwilligers die - op meer permanente wijze - een handje toesteken is dan ook een surplus voor de gemeente én voor de openbare reinheid.

 

-

-

-

-

Net-werk van vrijwilligers

De zwerfvuilvrijwilligers staan er niet alleen voor. Samen met de aangesloten steden en gemeenten heeft IVM daarom deze vrijwilligers samengebracht. Om hen beter te leren kennen, om naar hen te luisteren, om van hen te leren. We leerden heel wat bij!

Wat zijn hun beweegredenen?
Zwerfvuilvrijwilligers ergeren zich aan zwerfvuil, maar willen iets bijdragen om het probleem in te dijken. Sommigen joggen of wandelen regelmatig en ergeren zich aan zwerfvuil op hun parcours. Ze vinden het dan ook een kleintje om het zwerfvuil dat ze onderweg tegenkomen, op te rapen. Anderen wonen in de buurt van zogenaamde ‘hotspots’, plaatsen waar regelmatig zwerfvuil ligt. Denk hierbij aan glascontainers, textielcontainers, bankjes in het park… Uit ergernis om een verloederd uitzicht van de buurt, beginnen omwonenden spontaan het zwerfvuil te
ruimen. Nog anderen starten hun engagement n.a.v. een nieuwe gebeurtenis in de buurt, zoals de herinrichting van een plein, het wegnemen van vuilnisbakjes in het park… Deze gebeurtenissen zetten ons aan om samen een signaal te geven dat ze de buurt ook proper willen houden.

Wat zijn hun grootste zorgen?
♦ Veiligheid: zwerfvuil wordt geruimd langs de openbare weg. Veiligheidskledij is daarom een must. Ook worden soms scherpe voorwerpen gevonden. Stevige handschoenen en opbergmateriaal zijn daarom aangewezen. Ook naar ‘ergonomie’ kan er flink wat ter ondersteuning: zakkenhouders om het zwerfvuil gemakkelijker in de zakken te kunnen werpen, grijpers die ervoor zorgen dat de vrijwilligers minder moeten bukken, bolderkarren om het materiaal te vervoeren… Al deze materialen zijn een welgekomen steun.
♦ Respect: van heel wat passanten en omwonenden krijgen de vrijwilligers veel respect. Maar het is frustrerend om te zien dat in de opgeruimde buurt na enkele dagen opnieuw zwerfvuil
rondslingert. Een gebrek aan handhaving kan de vrijwilliger demotiveren.

Wat zijn hun suggesties?
De zwerfvuilvrijwilligers zijn de ‘ogen en oren’ op het terrein en kunnen het lokale bestuur nuttige tips aanreiken. Wij noteerden alvast volgende ideetjes, die meer dan het overwegen waard zijn:
♦ waarom niet verenigingen en scholen actiever betrekken bij de benadering van de zwerfvuilproblematiek in de buurt. Samen actie ondernemen resulteert wellicht in meer succes.
♦ sociale controle helpt zwerfvuil in te perken. Vaak staan glas- en textielcontainers op plaatsen waar minder sociale controle is, waar er ’s avonds weinig verlichting is. Hetzelfde kan worden opgemerkt over de plaatsing van straatmeubilair, vuilnisbakjes of blikvangers…
♦ foutief aangeboden afval- en materiaalstromen kunnen aanleiding geven tot zwerfvuil. Daarom stellen de vrijwilligers voor om afspraken te maken met bewonersgroepen rond het correct buitenplaatsen van afval- en materiaalstromen in de omgeving van meergezinswoningen.

Hoe maken de gemeentebesturen het deze vrijwilligers aangenaam?

Lokale besturen waarderen de inzet van de vrijwilligers en willen hen optimaal ondersteunen. Daarom kunnen ze beschikken over kwaliteitsvol materiaal (handschoenen, vestjes, grijpers, zakken, zakkenhouders, bolderkarren…) en aangepast sensibilisatiemateriaal (borden, kaartjes, affiches…) zodat de inzet en actie van de vrijwilligers aanzet tot verandering in de omgeving.
Tot slot blijft het nuttig af en toe eens overleg te organiseren waarop vrijwilligers hun ervaringen kunnen delen.