Stoomketels


De rookgassen die de oven verlaten moeten eerst worden gekoeld in stoomketels. Pas nadien kunnen ze worden gezuiverd.

De rookgassen die de oven verlaten op een temperatuur hoger dan 850° Celsius, moeten afgekoeld worden naar een temperatuur beneden 250° Celsius. Vroeger gebeurde dit via het spuiten van water in koeltorens. Sedert 2004 is de IVM-installatie niet langer uitgerust met een koeltoren, maar wordt gewerkt met stoomketels waardoor aan energierecuperatie wordt gedaan.

-

-

De ketel bestaat uit 2 lege trekken en 2 kolommen met buizen en is 20 meter hoog; de wanden bestaan uit pijpen met kokend water (de wanden hebben een temperatuur van 250°). In de eerste twee trekken gebeurt een overdracht van warmte door straling. In de volgende trekken gebeurt convectie.

De stoom gaat door een reeks pijpen om verder opgewarmd te worden. De reden hiervoor is dat stoom moet drooggemaakt worden opdat er geen fijne waterdruppeltjes in de turbine gevormd zouden worden (cavitatie).

In de stoomketel worden dus gassen afgekoeld tot ca. 230° Celsius waarbij dan oververhitte stoom van 400° Celsius wordt geproduceerd (met een druk van 35 bar - hogedrukstroom).