Verbrandingsoven


De IVM-installatie is uitgerust met 2 ovens die elk 7 ton afval per uur kunnen verwerken.

Vultrechter

Het afval wordt door de kraanman via een vultrechter in de oven gestort.

De vultrechter dient als ‘stop’ die werkt als scheiding tussen de verbrandingskamer en de omgeving. Dit is nodig omdat de oven in onderdruk staat. De hele installatie is luchtdicht omdat er geen rook mag buitengaan.

Voedings- en verbrandingsrooster

Een voedingsrooster brengt afval in verbrandingskamer.

Het verbrandingsrooster, dat bestaat uit bewegende elementen (tegels), brengt afval langzaam naar beneden. Hier vindt de eigenlijke verbranding plaats. In een eerste fase droogt het afval, nadien vindt vergassing plaats. Vervolgens ontvlammen de koolwaterstoffen en worden ze geoxideerd tot water en koolstofdioxide (spuitwatergas).

Primaire lucht wordt doorheen het afval geblazen. Hiermee kan men het vuur aanwakkeren/temperen.

Boven het brandend afval wordt secundaire lucht ingebracht. Deze lucht dient voor de verbranding van de gassen en voor de regeling van de temperatuur.

De rookgassen worden door een naverbrandingskamer gevoerd, waar de volledige verbranding plaatsvindt.

Meting

De luchthoeveelheid wordt continu gemeten, de som van de primaire en secundaire lucht wordt constant gehouden (is de temperatuur te hoog dan wordt meer secundaire lucht ingeblazen en minder primaire lucht, en omgekeerd).

De temperatuur ligt tussen 850 en 1050° Celsius (wettelijk is voorgeschreven dat de temperatuur minstens 2 seconden en in aanwezigheid van minimum 6% zuurstof meer dan 850° Celsius moet bedragen teneinde een volledige verbranding te realiseren). Temperaturen boven 1050° Celsius kunnen leiden tot verslakking van inerten wat praktische problemen oplevert.

Uitbrandtrommel

De assen vallen in een draaitrommel; hier gebeurt de rest van de uitbranding. Deze trommel draait traag opdat het vuil maximaal kan uitbranden.
De doorlooptijd van het afval tussen de vultrechter en het einde van de uitbrandtrommel bedraagt om en bij de 2 uur.

Ontijzering en ontassing.

Na uitbranding vallen de bodemassen in een waterbak (natte ontslakker). Deze waterbak is opnieuw een ‘slot’ waardoor er geen lucht in de oven kan en de oven in onderdruk blijft.

De as komt op een transportketting uit de ontslakker en via een ophaalsysteem op een triltafel terecht; na uitdruiping wordt het schroot met een elektromagneet uit de as gehaald en in een container opgevangen en afgevoerd naar een schrootverwerkend bedrijf. De assen vallen in een oplegger en worden afgevoerd voor verwerking.

Per ton afval blijft ongeveer 20% over in de vorm van assen; per ton afval wordt gemiddeld 23 kg schroot gerecupereerd.